Sommige ouders horen dat oefenen voor de IEP-toets oneerlijk zou zijn en hun kind een voordeel zou geven ten opzichte van anderen. Dit is een misverstand. In dit artikel leggen we uit wat klopt en hoe verantwoord oefenen wél kan helpen zonder de toetsresultaten te vervalsen.
Het belangrijkste om te onthouden is dat oefenen vooral helpt bij vertrouwd raken met vraagvormen en strategieën, niet bij het “meer kennis” krijgen dan andere kinderen.
Waarom oefenen wél kan
Oefenen is niet oneerlijk als het gericht is op:
- Vertrouwd raken met het soort vragen dat op de toets voorkomt.
- Leren hoe je een vraag stap voor stap kunt aanpakken.
- Vertrouwen en zelfvertrouwen opbouwen, zodat het kind rustig de toets kan maken.
Op deze manier oefent een kind vaardigheden en strategieën, niet het exacte toetsmateriaal.
Wanneer oefenen niet nodig is
Intensief oefenen om de score kunstmatig te verhogen of alle toetsstof “in te slijpen” heeft weinig zin en kan stress veroorzaken. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij:
- Lange oefensessies van meerdere uren per dag.
- Alleen gericht op het halen van een hoog cijfer in plaats van het leren van strategieën.
- Het overnemen van toetsvragen of het exact nabootsen van de toets.
Dergelijke vormen van oefenen hebben geen meerwaarde en kunnen het kind onder druk zetten.
Tot slot
De uitspraak dat oefenen oneerlijk is, is een mythe. Voor ouders betekent dit dat ze hun kind verantwoord en positief kunnen laten oefenen, gericht op strategie, vertrouwd raken met vraagvormen en zelfvertrouwen.
Zo kan het kind ontspannen en eerlijk deelnemen aan de toets, en laat de score een realistisch beeld zien van wat het kan.